Je kunt er ook dit jaar niet omheen: Rembrandt blijft nieuws. Aparte bijlagen in kranten, tv-programma's. De 'meester op zes locaties' was de slogan, maar in Leiden blijft hij staan. Voor een fervente wandelaar valt daar genoeg te bezichtigen.
De Leidse historische binnenstad was de meest aangewezen plaats voor een tentoonstelling rond deze in Leiden geboren zoon van een molenaar. Reden voor mij om Leids te gaan en genoegdoening te halen uit een korte zondagmorgenwandeling waarbij ik zon, regen en wind trotseer om de geboorteplek van deze meest belangrijke kunstenaar van Leiden te bezichtigen.StandbeeldStart van de wandeling is op de hoek van de Witte Singel en de Haagweg bij het met duivenpoep bevlekte grijs dat een vijftigjarige Rembrandt uitbeeldt met een potlood in zijn hand. Het lijkt of de hoofdfiguur daarmee wil zeggen dat ook hij in de startblokken staat en wel om aan één van zijn etsen te beginnen.De zon voelt warm aan op mijn rug, terwijl ik naar het smakeloze standbeeld op de bruin marmeren sokkel staar. 'Rembrandt' staat er met ijzeren blokletters op. Eén woord dat alles zegt. Elke voorbijganger weet meteen wie daar staat op de harde zuil.Een krasse stem duikt achter mij op: 'Apostel Paulus hangt in Londen.' Oh, my god, denk ik, terwijl ik me langzaam omdraai naar de figuur achter mij. Hier heb ik even geen trek in. Ik neem achter mij een man waar die tegen het zadel van zijn fiets geleund met een bedachtzame uitdrukking op zijn gezicht mij aankijkt en vervolgens het standbeeld. Rustig wordt een sigaretje opgestoken. Alle spieren in mijn ledematen trekken ten strijde tegen de hersencellen die aangeven geen zin te hebben in een klaarblijkelijk 'gepast zondagmorgengesprek'. Maar de man vervolgt zijn zin al. Posters'Ja, dat hoorde ik op tv. In het Mauritshuis in Den Haag hingen allerlei zelfportretten van Rembrandt en op andere plekken belichtten allerlei kunstenaars hun kijk op Rembrandt of ze hadden hun eigen zelfportretten gemaakt. Maar het mooiste vond ik de Rembrandt thuis-tentoonstelling met etsen uit privé-collecties.' 'O ja?', reageer ik halfvragend, want het lijkt toch wel interessant te worden. 'Huh huh, en hij schijnt wel zo'n 600 schilderijen te hebben geverfd, waarvan er ongeveer zestig zelfportretten zijn. En weet u waarom hij zoveel zelfportretten maakte?' Zonder mijn antwoord af te wachten, vervolgt hij: 'Hij maakte reclame voor zichzelf. U moet het zien als een soort posters. Hij wilde zijn eigen geschiedenis schrijven en aan de wereld laten zien wie hij was. Hij gebruikte de spiegel zoals elke kunstenaar. De spiegel biedt een manier om je te trainen. Het is uiteindelijk een verzameling geworden waarin hij al zijn kunnen laat zien: als oude baas, als jongen, als kunstenaar...' Het standbeeld achter me ben ik vergeten en ik sta vol aandacht te luisteren naar wat deze kaalhoofdige meneer in de groengeelgeblokte sweater en verschoten ribbroek allemaal staat uit te spuwen. 'Jaaah, Rembrandt is een échte grote!', zegt hij, terwijl ik een eerste druppel op de fiets zie vallen. En dan nog een. "Mijnheer, ik ga schuilen, want volgens mij gaat het zo gieten. Ik vond het hoogst interessant wat u allemaal zei. Maar u ziet het.' En ik wijs naar de fiets en naar boven. 'Nog een hele fijne zondag.' En ik maak me uit de voeten naar de overkant van de straat. Naar het Rembrandtpark. Ik race door het zwarte traliehek met mijn kladblok boven mijn hoofd. Zie in mijn ooghoeken wat groen links en rechts voorbijflitsen. En met een sprong beland ik in de kantine van een oud en statig gebouw, de 'Kweekschool voor de zeevaart'. De bui is los. Ik kijk over mijn schouder of ik de meneer bij het standbeeld nog zie. Maar nee, hij is nergens meer te bekennen. Molens Voor mij in de kantine staan verschillende maquettes van molens. Een prachtige stenen Grieksaandoende molen en een groenrode houten standerdmolen, één van de oudste typen molens in Nederland. Rembrandt was een molenaarszoon... Ik voel dat ik nu in de buurt ben. Voor mijn gevoel moet zijn geboorteplek in de nabijheid van het standbeeld en het Rembrandtpark zijn! Volgens de kaart staat er in de buurt een molen. Ik besluit na de bui in dit park mijn queeste te vervolgen.Een grote 'zal-het-een-schoener-wezen'-boot ligt aangemeerd in de gracht naast de Kweekschool. Een paar stappen verderop ligt een botenverhuur, waar ook koffie, thee en limonade te halen vallen. Ik loop door en net als ik linksaf de Weddesteeg wil inlopen, valt mijn oog ineens rechts tegenover me op een grijs plakkaat met rode letters: 'Hier werd geboren op den 15den juli 1606 Rembrandt van Rijn'. Er staat een nieuw appartementencomplex op die plaats! We zijn een desillusie rijker.Mijn hoofd links en rechts zwaaiend aanschouw ik tóch een molen. Achter een netjes wit geschilderde houten ophaalbrug staat een standerdmolen in al zijn pracht te stralen in de zon. Het roodgroene model blijkt een replica. Molen de Put is een korenmolen uit 1619, maar nu laat een jongeman vanuit een heel hoog molenraam een zak meel zakken. Volgens een bord dient de meel voor het bakken van brood, cake en pannenkoeken. Dus ook vandaag de dag nog levert een molen zijn aandeel in de economie. De wieken met witte en zwarte lappen draaien hard rond. Jammer, het is niet de molen van Rembrandt. Anders had de huidige molenaar dat ongetwijfeld met wat reclame uitgebuit. Stel je de wieken eens voor met portretten van Rembrandt.
Reclameposters
Rembrandt zelf heeft ook eens promotie voor zijn werk als kunstenaar gemaakt. Zo was hij rond 1650 wat minder gevraagd en zat hij flink verlegen om contanten. Om zijn eigen deskundigheid wat te promoten heeft hij toen een 'product' gemaakt waarop hij zelf als kunstenaar staat afgebeeld. Die 'poster' straalde uit:'Dit ben ik, de kunstenaar, en u kunt mij inhuren voor schilderwerk...' De zelfportretten, de vele doordringende zelfanalyses gemaakt met het machtige instrument spiegel, zijn voor vele kunstenaars anno 2000 een inspiratiebron geweest. Die 'reclameposters' zeggen ons niets anders dan: 'de bron van inspiratie dat ben jezelf'