rugzak vol verhalen

Belofte land voor Jumma's niet nagekomen

 
laatst gewijzigd: 8 mei 2007aantal hits: 1539gemaakt door:angeliquezonneveld  
 

Bengaalse vrouwen

 
 
 

Multimedia

 

Belofte land voor Jumma's niet nagekomen

'Hoeveel broers en zussen heb je', is een van de eerste vragen die de inheemse bevolking van de Chittagong Hill Tracts, gelegen in het zuidoosten van Bangladesh, aan bezoekers stelt. Betekenisvol in de setting van de constante onrust. Langzaam wordt de bevolking zich ervan bewust dat de overheid eigen maatregelen neemt om de aanwezigheid van Jumma's, de verzamelnaam van de inheemse volken, te minimaliseren in de Chittagong Hill Tracts (CHT). De boodschap van de overheid in zaken als gezinsplanning onder de inheemse bevolking is 'twee of drie kinderen is beter'. Deze gedachte verspreidt ze niet onder de Bengalen, die landdocumenten krijgen om zich in de heuvels te vestigen, en gemiddeld vijf kinderen krijgen. De verhouding Bengalen en inheemsen wordt zo opzettelijk uit balans gebracht. Of moeten de tribalen deze signalen niet zo interpreteren? Ze kunnen echter niet anders. De Bengaalse regering heeft weinig initiatieven getoond om land, cultuur en etniciteit van de Jumma's te erkennen. De overheid steekt geen hand uit voor de afbakening van land voor de inheemse bevolking. En daarmee gooit ze olie op het vuur in deze van oudsher bekende conflicthaard.

 

Rechtvaardige behandeling

In 1947 zijn de grenzen getrokken tussen het te vormen India en Pakistan. Aanvankelijk was onduidelijk of de CHT bij het ene of het andere deel hoorde. Na de onafhankelijkheidsoorlog in 1971, waarin Bangladesh zich bevrijdde van het overheersende Pakistan, was er geen politieke erkenning van de eigen identiteit van de Jumma's. Men moest Bengaals zijn. De jaren daarna zorgde de overheid stelselmatig dat er honderdduizenden landloze Bengalen zich in het woongebied van de Jumma's gingen vestigen. De Jumma's werden van hun land verdreven. Militairen hielpen hierbij: verdwijningen, verkrachtingen, moorden en brandende hutten waren aan de orde van de dag. Velen vluchtten naar het naburige India. Onder internationale druk en na vele onderhandelingen werd in 1997 een vredesakkoord gesloten. De vluchtelingen keerden terug naar hun oorspronkelijke leefgebied. Er was immers een overeenkomst waarin een nationale commissie voor afbakening zou worden ingesteld. Tot op heden is die commissie er nog niet. Met als gelvolg dat er nog steeds veel mensen het gebied binnenkomen al wapperend met landdocumenten. De Tripura, Mru, Chakma en andere inheemse volken willen een rechtvaardige behandeling. Het zijn vredelievende mensen. Merendeels boeddhisten en humanisten. Mensen zeggen dat het kan uitlopen op een conflict als de regering niets blijft doen. Er lopen steeds meer mannen met grote machetes rond.

 

Duurzame ontwikkeling

Een visum voor Bangladesh krijg je niet zonder een uitnodiging van een Bengaalse organisatie. En een bezoek aan de CHT kan alleen na een indringende check bij een militaire post zoals bij het district Bandarban. De overheid ziet buitenlanders liever niet in dit gebied. Militairen zeggen: 'Omdat ze dan de rondlopende bezoekers moeten beschermen'. Volgens de Jumma's: 'Om niet onze allerdiepste ellende te mogen zien'.

Organisaties die werken aan samenlevingsopbouw zijn van het grootste belang. De Bengalen hebben andere gebruiken, landbouwmethoden, woningen en geloof dan de inheemse volken. Deze volken hebben begeleiding nodig bij hun ontwikkelingsinitiatieven, zodat ze zelfstandig opererende zelfhulpgroepen gaan vormen met hun eigen netwerk en voor het behoud van hun eigen cultuur. Ze krijgen nu hulp bij basistrainingen in hygiène, veilig drinkwater, goede voeding, leiderschap, bakertraining, samenlevingsopbouw.

Vrouwen gaan woning na woning af om met andere vrouwen te praten over de mogelijkheden van een spaargroep. Om zoveel mogelijk armen te kunnen laten deelnemen mag van elke familie één vrouw deelnemen aan de vrouwenspaargroep. Nasjang, met achttien jaar de jongste deelneemster van de spaargroep, legt uit: 'We zijn stuk voor stuk arm, maar gezamenlijk kunnen we geld sparen om in de toekomst de scholing van onze kinderen te kunnen betalen. We denken aan het opzetten van een koehouderij en visteelt. De meeste leden zijn analfabeet. Maar zij die kunnen schrijven of mondig zijn, zijn met hand opsteken tot bestuurslid gekozen'. We willen onderwijs, waterputten, begaanbare wegen, latrines, materialen om het land te bewerken. Dat hebben we hard nodig', aldus Nasjang. Een dorpsleider heeft vragen rond de landproblematiek. 'Alles wat er opgebouwd wordt, kunnen anderen dat afnemen? Omdat wij geen landdocumenten hebben, nemen de Bengalen ons land in'.

Men kan niets doen zonder groepskracht. De Jumma's zijn zich bewust dat het voor hen belangrijk is om een sterke gemeenschap op te bouwen met een goede basisorganisatie van mensen. Ze kiezen voor een vreedzame samenleving en gaan door met hun eigen ontwikkeling. Koers is gezet en de hoop blijft dat dingen kunnen lukken.

Opgeslagen
 

Opgemaakte tekst