'Ga je nu eindelijk mee', vroeg Esteban. 'We hebben nog steeds geen condor gevangen en het feest is vanavond.' 'Okee, als jij nu zorgt dat Teodoro over vijf minuten klaar staat bij mijn huis, dan gaan we met z'n drieën', antwoordde Juan. Een half uur later gingen ze op pad. Ze trokken hoog de bergen in. Maar nergens troffen ze een nest of een ander teken van een condor aan. Juan bedacht daarop een plan.
'Ik vind dat we beter een gat kunnen gaan graven. Dat bedekken we dan met takjes en daar bovenop moeten we dan een dode cavia neerleggen. Dat is dan een val!' 'En waarom wil je dan een gat in de grond graven?', vroeg Esteban. Juan antwoordde: 'Daar moet dan een van ons in gaan zitten en als dan een condor op de takken neerstrijkt om de dode cavia te pakken, dan moet degene die in de kuil zit, snel de klauwen van de condor vastpakken'. Besloten werd dat Teodoro in de kuil zou gaan zitten. De andere twee verborgen zich achter de struiken. Nog hijgend van het graafwerk zat iedereen op zijn plaatsje. Daar kwam vanuit de verte al zo'n grote vogel aan. De condor cirkelde boven de val en daalde met vooruitgestoken en gespreide klauwen naar beneden duidelijk met de bedoeling om onmiddelijk in één vleugelslag weer naar boven te schieten.
Maar Teodoro, die al een hele tijd gespannen in die kuil had zitten wachten, greep vliegensvlug door de takjes heen de poten van de condor. Juan en Esteban snelden te hulp. Maar toen Esteban de bebloede handen van Teodoro zag, schrok hij vreselijk. 'Doorrennen, Esteban, we moeten hem met z'n drieën zien vast te houden.' Juan rende door en bond gauw de snavel van de condor vast met een dun touwtje. Daarna pakte hij een steviger touw om de poten van de condor aan elkaar te binden. 'Kom, Esteban, doe ook eens wat en sta daar niet alleen maar te kijken.' Juan gaf hem opdracht om een paar lange takken te zoeken om de condor op te kunnen versjouwen. Even later werd de vogel daar op gebonden. Zo, nu zat het karwei erop. Ze hoefden de vogel alleen nog maar naar huis te brengen, dacht Esteban. Maar de terugtocht was helemaal niet zo gemakkelijk. De vogel was zwaar en tot overmaat van ramp was de vogel zo kwaad dat hij verschrikkelijk tekeer ging. Moe en vuil kwamen de drie jongens in hun dorp aan. Ze legden de condor neer op het plein waar het grote feest gehouden zou worden en vertelden aan iedereen die het horen wilde over hun vangpartij. Maar o jeetje, ze hadden niet gezien dat het touwtje om de snavel was losgeraakt. Na een paar rukken had de condor het van zijn snavel. Daarna beet hij de touwen die om zijn poten en lijf zaten door en zonder dat iemand het in de gaten had, zette hij zich af en vloog omhoog. Eerst nog wat aarzelend, maar geleidelijk ging het beter. Hij steeg hoger en hoger. De vogel was gevlogen! 'Ach', riepen de mensen, 'nu gaat ons feest niet door'. Veel mensen werden bang en zagen er een slecht voorteken in. Ze besloten gauw naar huis te gaan.
De drie jongens stonden tenslotte alleen en verlaten op het plein. Iedereen was verdwenen. Net als de condor. Zonder nog een woord te zeggen liepen de jongens naar huis. Van de ene kant teleurgesteld, van de andere kant blij omdat die grote, machtige vogel zijn vrijheid had weten terug te veroveren.