Binnenkort bestaat Moerwijk 75 jaar. Wij als cursisten gingen op zoek naar het ontstaan van Moerwijk.
Moerwijk ligt in Den Haag Zuid West
We begonnen met de plattegrond van 's-Gravenhage zoals u hieronder kunt zien, ook ziet u het gemeentewapen met de witte ooievaar die is ontworpen in 1581.
Het was 't eerste Haagse wapen, het ontwerp is van Cuicciarden. In 1954 werd het ontwerp aangepast, het werd een goudgestreepte ooivaar met een paling in zijn bek.
*afbeelding te vinden bij
www.gemeentearchief.denhaag.nl
ZUIDERPARK
Het Zuiderpark ligt ten zuidwesten van het centrum en wordt omsloten door de Vreeswijkstraat, Soestdijksekade, Moerweg, Melis Stokelaan en Loevesteinlaan.
Ontwikkelingsgeschiedenis.
Het eerste ontwerp voor het Zuiderpark maakte deel uit van het 'Plan tot uitbreiding van 's-Gravenhage' van H.P. Berlage uit 1908. Het park had in dat ontwerp een enigszins onregelmatig gevormde langwerpige plattegrond en was ingeklemd tussen de zuidrand van de geplande wijk Rustenburg/Oostbroek, de Moerweg, de Korte Laak en de Middenwetering (de gemeentegrens met Loosduinen). In de noordelijke helft van het park plande Berlage een sportveldencomplex.
Het plan voor het Zuiderpark is om twee redenen opmerkelijk. Allereerst werd het park aan de rand van de stad in de weilanden aangelegd. Daarnaast ging het om een groot park dat met inbegrip van sportvoorzieningen was bedoeld voor de gehele stad.
In de zitting van 17 juni 1918 keurde de gemeenteraad het voorlopige plan tot onteigening van gronden tussen de Loosduinsevaart en de Broeksloot ten behoeve van de aanleg van een park (Zuiderpark), een arbeiderswijk, het aanleggen van straten en het bouwen van woningen (Rustenburg en Oostbroek) goed.
In 1919 kregen P. Westbroek, de directeur van de Gemeentelijke Plantsoenendienst, en D.F. Tersteeg, tuinarchitect te Naarden, de opdracht van B en W om gezamenlijk een plan van aanleg voor het Zuiderpark te maken.
Na onenigheid over het ontwerp en het auteurschap dienden Westbroek en Tersteeg in 1921 ieder een eigen plan in. Aangezien de plannen waren gebaseerd op een voorontwerp, vertoonden ze grote overeenkomsten.
De hoofdopzet voor het park was op een aantal punten gewijzigd ten opzichte van het plan van Berlage. De zuidgrens van het park lag noordelijker om de afstand tussen de openbare parken rond de Rijswijkse landhuizen en het Zuiderpark groter te maken. Aan de noordzijde was het ontwerp aangepast in verband met de plannen voor het Laakkanaal en het Westlandkanaal. Verder was het plan in westelijke richting op Loosduins grondgebied vergroot om de totale oppervlakte van het park niet teveel te verminderen.
Omdat in beide plannen de situering van de sportvelden en zweminrichting gelijk was, werd besloten met de aanleg hiervan te beginnen.
Westbroek kreeg de opdracht zijn ontwerp verder uit te werken, omdat de landschappelijke wijze waarop hij de vijvers in het plan had verwerkt de gemeenteraad meer aansprak. In 1923 legde hij zijn uitgewerkte plan voor aan de gemeenteraad, die toestemming gaf voor de uitvoering van het eerste gedeelte van het plan en de onteigening van de benodigde percelen in Loosduinen. Het eerste gedeelte van het plan betrof de ontsluiting van de reeds aangelegde sportvelden en de zweminrichting.
Nog in 1923 begon men met het aanleggen van de grote vijvers. De uitgegraven grond werd gebruikt om het gebied te egaliseren en enig relief aan te brengen.
De keuze van beplanting werd voornamelijk bepaald door S.G.A. Doorenbos, die Westbroek als directeur van de Gemeentelijke Plantsoenendienst opvolgde. Doorenbos is de promotor geweest van de aanleg van de wetenschappelijke tuinen en de boomkwekerij voor de Gemeentelijke Plantsoenendienst.
In de loop van de jaren twintig en dertig zijn nog een aantal aanpassingen in het ontwerp aangebracht. Zo heeft men de in oorsprong 16de-eeuwse eendenkooi gehandhaafd en de wandelpaden hieraan aangepast, de noordgrens van het park verschoven vanwege de aanleg van de Soestdijksekade (1929) en een uitzichtheuvel van stadsafval opgeworpen.
De aanleg en inrichting van het park verliepen zeer traag. Pas in de jaren dertig versnelde het tempo, omdat er toen werklozen werden ingezet. In 1936 is het park officieel geopend.
Het park bestaat uit een kern met grote vijvers (58.000 m2) en lig- en speelweiden. Deze kern wordt omkaderd door een serie min of meer zelfstandige kleinere parken, waaronder een wetenschappelijke tuin, een gemeentelijke boomkwekerij, een rozentuin, een kinderboerderij, de eendenkooi en een blindentuin.
De zuidwestelijke hoek van het park wordt afgesneden door een verharde weg: de Mr. P. Droogleever Fortuynweg. In deze hoek van het park liggen de verschillende sportvelden en het stadion van FC Den Haag (voorheen ADO).
Het gehele park wordt omsloten door een zes meter brede sloot. De hoofdingang van het park ligt aan het eind van de Zuiderparklaan.
Na de oorlog zijn in de randen van het park puin en afval gestort en afgedekt met veengrond, die bij het aanleggen van de wegen in de uitbreidingsgebieden vrijkwam. Deze langwerpige heuvels dienen tevens als geluidsschermen voor het kerngebied.
In de jaren vijftig is ten westen van het park de wijk Morgenstond gebouwd, naar het stedenbouwkundig ontwerp van W .M. Dudok. Dit ontwerp ging uit van overgangs zones tussen de flatbebouwing van vier lagen en de weilanden en het Zuiderpark. Aan de westzijde van het park werd daarom een overgangszone toegevoegd met een wandelpark, een villabuurtje en de zogenaamde Doorenbosheuvel.
Structurele en/of functionele veranderingen.
In de hoek tussen de Leyweg en de Escamplaan werd het gemeenteziekenhuis Leyenburg gebouwd (1967-1971, architectenbureau K.L. Symons), gevolgd door het Oogziekenhuis in de hoek Leyweg-Zuidwoldestraat. In het gebied dat volgens de officiële wijkindeling Loosduinen heet, zijn na 1980 een uitgestrekte stadswijk en een bedrijventerrein verrezen: Houtwijk en Kerketuinen. Het stedenbouwkundig ontwerp voor Houtwijk werd geleverd door ir. R.P. Voskuil en ir. K.Y. de Neef van de Dienst Stadsontwikkeling, op grond van het bestemmingsplan uit 1973. Er kwamen hier 4300 woningen waarvan 55% eengezinswoningen.
Als gevolg van verwaarlozing en ingrijpende nieuwbouwactiviteiten is van het oude dorp Loosduinen, zoals dat nog in het begin van deze eeuw bestond, weinig bewaard gebleven. Nog in de jaren vijftig van deze eeuw vroeg de Loosduinse middenstand zelf om reconstructie van de dorpskern teneinde de concurrentie van de nieuwe winkelcentra aan de Leyweg en de Hengelolaan het hoofd te kunnen bieden. Slechts hier en daar, zoals aan de Loosduinse Hoofdstraat, de Burgemeester Hovylaan en de Willem III straat treft men nog restanten aan van de 19de-eeuwse en vroeg-20ste-eeuwse bebouwing.
Het Loosduinse Hoofdplein met winkelcentrum kwam in de jaren zeventig tot stand. De voormalige remise van de W.S.M. aan de Lippe Biesterfeldweg werd rond 1980 gesloopt.
(Bron: Monumenten inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag 1992)
bron gemeentearchief